woensdag 25 april 2018

"Obstakel"-bomen: een doodvonnis zonder eerlijk proces.

Minister Cora van Nieuwenhuizen (VVD) wil naar eigen zeggen de geschiedenis in als "dé minister van verkeersveiligheid".


Minister Cora van Nieuwenhuizen wil "obstakels" uit de berm ruimen.
Foto verkregen via: AD, dinsdag 24 april 2018, p. 7

Dat is slecht nieuws, helaas, voor de bomen.
Want het is niet de eerste keer dat 'veiligheid' als excuus wordt gebruikt voor massale kap.
Veiligheid is immers een ideaal argument voor kap: welk weldenkend, fatsoenlijk mens zou ooit tégen (verkeers)veiligheid kunnen zijn?

Zo worden gezonde bomen nu dus door de minister zonder enige vorm van proces schuldig verklaard aan medeplichtigheid bij moord:
Liefst dertig procent van de dodelijke ongevallen komt voort uit een botsing met een obstakel in de berm (AD, 24-04-2018, p.7)

Wat is de minister precies van plan?
De oplossing is - zoals vaker als het over bomen gaat - verrassend snel en efficiënt, tenminste volgens Cora van Nieuwenhuizen:
Zo kunnen obstakels als bomen worden weggehaald (AD, 24-4-2018,p.1)
Interessant in dit verband is ook een artikel op pagina 3 van hetzelfde AD waarin al op de voorpagina melding wordt gemaakt van de 'obstakels' langs de 'dodenwegen'.
Dit artikel meldt de bedreiging van één op de acht vogelsoorten.
Hier zijn diverse oorzaken voor, waarvan de kap van bomen geen onbelangrijke is:
Als je praat over ontbossing dan zijn er veel vogelsoorten die zich speciaal hebben aangepast aan leven in bossen. Als dat bos verdwijnt is het met ze gedaan.(Ad, 24-04-2018, p.3)
Het bovenstaande geldt natuurlijk ook voor het verdwijnen van afzonderlijke bomen.
Want met elke boom verdwijnt een baken, een ecologisch systeem, nestgelegenheid en een mogelijke voedselbron voor vogels.

Er zijn natuurlijk diverse andere middelen om de verkeersveiligheid te vergroten.
Zomaar een greep: snelheidsbeperkingen, strengere controles, ontmoedigen autoverkeer, meer fietspaden en/of beter dan wel goedkoper openbaar vervoer.
Want de automobilist vormt voor zichzelf nogal eens het grootste gevaar.
Maar helaas óók voor eventuele medeweggebruikers die zich toevallig op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats bevinden.

Minder auto's op de weg in combinatie met dwingende(r) snelheidsbeperkingen lijkt dan ook logischer dan massale kap van bomen.
Voor de goede orde: bij onzorgvuldig gebruik is elke auto een potentieel moordwapen.

Maar het voordeel van het grootschalig 'ruimen' van bomen - een maatregel die allicht enkele doden per jaar zal schelen - is natuurlijk dat bomen niet protesteren.
Zonder enige vorm van proces kun je bomen zelfs massaal veroordelen tot de doodstraf.
Niet eens voor moord met 'voorbedachte rade', en zelfs niet voor doodslag.

Gewoon: omdat zo'n boom er nu eenmaal is.
In het verleden aangeplant door mensen die 'niet beter wisten' en/of waarde hechtten aan landschappelijke kwaliteiten.

De minister windt er dan ook geen doekjes om: met deze maatregel kun je onmiddellijk aan de slag om de voor een politicus zo belangrijke cijfers gunstiger te laten uitvallen.
'Tempo maken', kortom, en wel zonder noemenswaardige... 'obstakels':
Van Nieuwenhuizen zet in op het veiliger maken van de bermen. "Want dat is iets waar je geen bestemmingsplannen voor hoeft te wijzigen en waarmee je relatief eenvoudig aan de slag kunt. Ik wil gewoon tempo maken." (AD, 24-04-2018, p.7)
Tempo maken op de weg, tempo maken in de politieke besluitvorming!

Voor de zekerheid worden de bomen wél een beetje gevaarlijker afgeschilderd dan ze in werkelijkheid zijn.
Dit is vooral een kwestie van woordkeus:
Liefst dertig procent van de dodelijke ongevallen komt voort uit een obstakel in de berm. "Het maakt uit: een enorm dikke boom of mooie groene struiken. Dat kan het verschil maken of je levend van een ongeluk af komt of niet." (AD, 24-04-2018, p.7)
Want het maakt uit: het verschil in belevingswaarde tussen het woord 'enorm' en het woord 'mooi'.
 
Nu kan een bloeiende struik heel mooi zijn, maar wat mij betreft gaat er niets boven een "enorm dikke boom".
Smaken verschillen!
De dichter William Blake (1757-1827) schreef het al:
The tree which moves some to tears of joy is in the eyes of others only a green thing that stands in the way.
Onze minister behoort duidelijk tot de laatste groep.

Anderen denken hier gelukkig weer anders over.
Zo vraagt 'Team Stadszaken' zich af of de kern van het verkeersprobleem eigenlijk wel gezocht moet worden in bomen langs wegen.
Op deze website wordt verwezen naar een onderzoek van landschapsarchitect Gerdy Verschuure (TUD), over het grote belang van bomen voor onder meer de kwaliteit van de leefomgeving.

Nota bene: inmiddels is er een artikel in Trouw verschenen, over het standpunt van Gerdy Verschuure.
Verder zijn er (op 4 mei) twee petities gestart. 
Eén via Avaaz en de andere te verkrijgen via: 
https://bomenlangsnwegen.petities.nl/ 

Wat nu te doen, naast (zo snel mogelijk!) tekenen?
In ieder geval lijkt het zinvol om publiekelijk vast te stellen dat het hier gaat om doelbewust gemaakte politieke keuzes.
En dus niet om DE goede of zelfs beste oplossing om het aantal verkeersdoden omlaag te brengen.

Toevallig komt De Volkskrant uitgerekend vandaag met een artikel over de toename van het aantal ongelukken met fietsers: 'Fietsers voor het eerst bovenaan bij dodelijke verkeersongevallen'
Met de gevaren voor automobilisten lijkt het dus nog wel mee te vallen.
In feite zou de veiligheid voor fietsers dus beter prioriteit kunnen krijgen.

Ongelukkig genoeg levert massale kap van bomen langs provinciale wegen fietsers geen enkel voordeel op.
Hoe vaak verongelukt een fietser nu helemaal omdat er een bóóm in de weg staat?!

Uitgerekend die door de minister in de beklaagdenbank geplaatste "enorm dikke bomen" leveren echter juist wél veel voordelen op voor fietsers.
Langs die typisch Nederlandse lange, eentonige, kaarsrechte buitenwegen bieden bomen immers beschutting tegen de altijd aanwezige wind.
Bovendien lijkt een afstand minder groot naarmate het landschap afwisselender is en een hogere belevingswaarde heeft.

Struiken daarentegen zijn voor fietsers vooral gevaarlijk, want onoverzichtelijk.
Vooral in de schemering, langs verlaten wegen, in het bijzonder voor vrouwen of jongeren die de situatie - een andere vorm van veiligheid! - niet meer kunnen overzien.
Reeën kunnen zich schuil houden in de struiken en plotseling de weg op springen.

Daar komt nog bij dat verstandige automobilisten hun snelheid vermoedelijk zullen temperen als er direct langs de weg veel dikke bomen staan. 
En áls het mis gaat, zullen fietsers in dat geval minder snel het slachtoffer worden van eventuele uitwijkmanoeuvres.
Dit omdat bomen - in ieder geval die levensgevaarlijke "enorm dikke obstakels" in de berm - nogal eens tussen de rijbaan en het fietspad in staan. 

Kortom: vermoedelijk zal het "verwijderen van obstakels" dus evenveel 'fietser-levens' - waaronder bovengemiddeld veel scholieren! - gaan kosten, dan de maatregel levens van automobilisten spaart.

Hecht de minister met een "vergevingsgezinde berm" soms méér waarde aan het leven van automobilisten?! 
Zelfs (juist?) aan automobilisten die wel erg enthousiast 'tempo maken', 'sportief rijden' en/of graag een potje inhalen, versnellen, enzovoort?

Dat mag natuurlijk: ieder zijn smaak.
Maar het is wel zo democratisch om hier open en eerlijk over te zijn, ook met betrekking tot de achterliggende motieven.
En om je ervan bewust te zijn dat het vooral de zwakkeren - scholieren, reeën, vogels, enzovoort - zullen zijn die het slachtoffer worden van deze maatregel.

Ik herhaal het nog maar een keer: een auto is, in potentie, een moordwapen.
Een fiets slechts bij hoge uitzondering, en een boom nog minder.
Een oude ("enorm dikke") boom is zelfs een bron van leven. 

Kappen heeft helaas wel een bijkomend voordeel waar de minister met geen woord over rept: het kost overheden minder geld dan het oplevert.
Win-win, kortom, voor deze minister: de cijfers in relatie tot verkeersveiligheid verhogen met middelen die nog geld ópleveren ook!

Bijvoorbeeld in de vorm van biomassa, voor de kolencentrales.
Voorwaarde is wel - tegen de tijd dat de gevolgen van de nieuwe maatregel zichtbaar worden - dat de fietsers nauwlettend uit de onderzoekscijfers worden gelaten:


Vrij vertaald: "Zal ik de cijfers linksom of rechtsom presenteren? U zegt het maar!". 
Cartoon verkregen via internet.

zondag 15 april 2018

Usquert, kaalslag en oogst, 15 april 2018

De kap te Usquert heeft alweer enige tijd geleden plaatsgevonden.
Er is niets geheims aan, iedereen kan het zien, zelfs vanuit de trein:


Usquert, 31 maart 2018. Foto Blogwachter.

Ondertussen ligt de oogst er nog, hoog opgestapeld en twee rijen dik, net als in het Dingebos te Uithuizen:

Oogst te Usquert, 31 maart 2018. Foto's Blogwachter.
Dunne en dikke bomen, maar toch vooral heel veel dikke, met grillige vormen: 

Oogst te Usquert, 31 maart 2018. Foto's Blogwachter.

De voorkant van de stapels, gelegen naast het pad, zijn duidelijk netter dan de achterkant:

Oogst te Usquert, 31 maart 2018. Foto's Blogwachter.

Dikke bomen dus, zoals overal.
Gevolg: kaalslag (zoals overal)...

Kaalslag te Usquert, 31 maart 2018. Foto's Blogwachter.

Hoe houden we de moed erin, in het licht van zoveel vernieling?
Hieronder het goede nieuws: de sneeuwklokjes bloeiden weer.
Alsof er niets is gebeurd, met de voor deze eerste boodschappers van de lente zo kenmerkende levenskracht:

Hoop te Usquert, 31 maart 2018. Foto Blogwachter.

Dit ondanks de ongelooflijke ravage op de bosbodem, waarvan het nog maar de vraag is hoe lang deze zal blijven liggen.
Want voorlopig lijkt Staatsbosbeheer zich er toe te beperken uitsluitend de dikkere bomen (oogst) uit alle 'verjongde' (dorps)bossen te slepen: 

Gevelde bomen te Usquert, 31 maart 2018. Foto's Blogwachter.

Natuurlijk: liggend hout vormt weer een voedingsbodem en schuilplek voor allerlei levende organismen.
Maar je moet niet overdrijven.
Voorlopig ligt er zóveel hout in alle 'verjongde' Groninger kleibossen dat de eventueel aanwezige onderbegroeiing - met uitzondering van het dappere sneeuwklokje - weinig kans krijgt.
Daar komt bij dat een overmaat aan 'liggend' dood hout volgens deskundigen niet per se bijdraagt aan het ecosysteem.
Dood 'staand hout' is beter.

Gelukkig zorgt Staatsbosbeheer óók voor 'staand' dood hout.
Al lijkt dit niet altijd per se de bedoeling, gezien de duidelijk zichtbare blauwe stip die de hieronder afgebeelde 'toekomstboom' markeert:

Blauw gemarkeerde 'Toekomstboom' te Usquert, 31 maart 2018. 
Foto Blogwachter.

Wrong time, wrong place, zullen we maar zeggen: 

Pech te Usquert, 31 maart 2018. Foto Blogwachter.

vrijdag 16 maart 2018

De wegwerpboom: over de 'waarde' van een populier

In het kleine dorpsbos te Kruisweg - helaas een betrekkelijke monocultuur van 'gekloonde' essen - staan gelukkig óók elf kerngezonde (op wat kale takken aan de stam na) en zo'n dertig á veertig jaar oude populieren.
Netjes op een rij, in een ongeveer vijfendertig meter brede beboste strook die twee grotere bospercelen met elkaar verbindt. 
Ingeklemd tussen twee grote privé-tuinen en een akker. 

Cartoon verkregen via internet

Fantastisch, die oude en bovendien kerngezonde bomen!
Zou je zeggen, als leek.
Zo blijft er toch nog iets van enige omvang bewaard, voor het beeld, het landschap en vooral: voor de in het bos levende vogels en vleermuizen. 
Wel staat één van de populieren in de geplande 'doorgangszone' van de harvester en is dan ook geblest (oranje stip).
De meest noordelijke populier heeft gelukkig netjes een blauwe stip ('toekomstboom').
De overige negen populieren zijn helemaal niet gemarkeerd. 
Wat de ingewijde, helaas, te denken geeft.
Tijdens eerdere excursies werd echter door boswachters nadrukkelijk aangegeven dat de negen 'ongebleste' populieren gespaard zouden blijven.
Maar bij een vergadering te Kruisweg, eind februari - aanwezig: vier boswachters van Staatsbosbeheer - bleek tot mijn verbazing dat alle populieren tóch gekapt zullen worden.
Aangegeven reden: na een jaar of dertig hebben populieren hun beste tijd wel gehad. 

Blogwachter zocht het uit.
Bij de Bomenstichting vond ik onder meer volgende informatie:

Hoewel populieren vaak al vroeg gekapt worden, kunnen ze behoorlijk oud worden. Uitbreken van takken is vaak een reden om de bomen te verwijderen. Dat is echter een natuurlijk proces bij populieren. Ze herstellen hiervan goed en maken veel nieuwe takken. [...]  Populieren zijn geschikt voor aanplant in open landschappen en op jonge bodems, langs rivieren en kanalen, in bossen en bedrijfsterreinen. Ze zijn wind- en soms zeewindbestendig.  [...] Levensverwachting: 80-150 jaar.
Kortom: de populier is een ideale boom voor een Groninger kleibos. 
Goed bestand tegen storm, in staat om een eerbiedwaardige leeftijd te bereiken, enzovoort.
En de populieren stáán er al, wat ook een groot voordeel is.
Herplant kost immers geld, en zo'n jong boompje doet er tientallen jaren over om weer enige omvang te bereiken.
Anders gezegd: in drie minuten heb je 'm om - het slopen gaat snel en 'efficiënt' - maar herstel heeft TIJD nodig.
En is dus minder eenvoudig:


Afbeelding verkregen via internet

Moeten uitgerekend 'leken' dit aan boswachters blijven uitleggen?
Als ik bij Staatsbosbeheer navraag doe over die populieren, krijg ik per e-mail de volgende reactie van een boswachter: 
De populieren zullen de storm kunnen overleven. Kwalitatief gezien (productief) hebben ze geen toegevoegde waarde. Als we opnieuw kunnen beginnen is dat beter, ervaringen van collega’s uit de polder is gewoon na 25- 30 jaar deel van de populier te vellen. We kunnen altijd deel populier terug planten. Ik zelf wil er graag naar toe om de helft van de populieren te sparen, dit moeten we bekijken op het moment dat de werkzaamheden bezig zijn, dan kunnen we altijd kijken hoe lijkt het landschappelijk en wat gaan we met de populieren doen. Misschien is de helft kappen de beste optie.
Met andere woorden: onzekerheid tot de laatste dag.
Onze populieren zijn 'loslopend wild' totdat de laatste harvester ons bos verlaten heeft.
Omdat we niets met zekerheid weten, heeft actie voeren echter geen zin.
Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze tactiek vaker wordt toegepast, en niet uitsluitend door Staatsbosbeheer (ook gemeenten hebben er een handje van).
De vage toezegging dat de helft mogelijk behouden kan blijven, maakt mijn ongerustheid niet echt minder.
De bomen staan acht á tien meter uit elkaar en lijken voorlopig meer dan genoeg ruimte te hebben.
Waarom zou de helft van de bomen er eigenlijk tussenuit gehaald moeten worden?
En welke garantie hebben we dát er nog een paar bomen zullen blijven staan?

Dan het zinnetje: 'Kwalitatief gezien (productief) hebben ze geen toegevoegde waarde'.
Dit is een wat cryptische, maar bijzonder veelzeggende passage.
Kan hieruit worden afgeleid dat ons bos tóch gewoon vooral (in de eerste plaats) een productiebos is?
Ondanks alle mooie woorden en goed geoliede PR van Staatsbosbeheer?
Met bovenstaand zinnetje lijkt bedoeld te worden dat een populier na pakweg dertig jaar de maximale 'waarde' heeft bereikt.
Dat kan wel kloppen, mits je zaken uitsluitend in economische termen bekijkt.
In dat geval is het net als met mensen eigenlijk.

Stel je hebt een jong iemand met, in aanleg, de nodige kwaliteiten.
Als overheid investeer je in een opleiding.
Na die opleiding doet deze jongeling enige jaren werkervaring op.
Om vervolgens de leeftijd van, laten we zeggen, dertig jaar te bereiken. 
Zoals bekend hebben we hier de ideale werknemer te pakken: jong, maar wél met enige jaren relevante werkervaring.
Oftewel: de kip met de gouden eieren.
Toegegeven: veertig kan nog nét.
Ergens tussen de dertig en de veertig ben je, als het puur gaat over productiviteit - zonder morren heel veel uren maken - de perfecte werknemer. 
Maar vijfenveertig wordt al een probleem, laat staan vijftig.
Want ja: net iets vaker ziek, iets duurder, of de rek is er een klein beetje uit.
Of wat al die werkgevers - ik kan niet in hun hoofden kijken - ook maar kunnen verzinnen.
Dat oudere werknemers weer over ándere - en minstens even waardevolle - kwaliteiten (ervaring, wijsheid) beschikken schijnt er nauwelijks meer toe te doen.

Net als met populieren eigenlijk.
Evenals mensen kunnen populieren minstens tachtig jaar oud worden. 
Levensbomen. 
Maar - óók weer net als bij mensen - zijn ze, puur economisch gezien, tegen die tijd nogal eens 'overbodig' verklaard.
Wegwerpmensen en wegwerpbomen: zodra je niet meer optimaal(!) produceert kun je 'gaan'.

Mensen willen in zo'n geval nog wel eens protesteren.Maar gelukkig kunnen we populieren die minder 'productief' dreigen te worden zonder pardon kappen.
Het beste moment: als ze ergens tussen de dertig en de veertig jaar oud zijn. 
Want 'middelbare' populieren kunnen - o gruwel, behalve voor vele dier- en plantensoorten natuurlijk - 'hol' worden van binnen.
En aan een holle boom heb je niet zoveel.
Tenminste niet als je het hout als 'oogst' wilt kunnen benutten.

Andere partijen, zoals bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, geven dit in tegenstelling tot Staatsbosbeheer letterlijk toe:
De huidige populieren naderen het einde van hun levensduur, waardoor ze steeds vatbaarder zijn voor schimmels en parasieten. De populieren leveren nu nog kwalitatief goed hout op, dat goed kan worden hergebruikt. Bijvoorbeeld in pallets, multiplex, houtsnippers, klompen en meubelen.
Met andere woorden: je kapt de boom zodra ie oud genoeg is om voldoende hout op te brengen, maar nog niet zo oud dat ie hol wordt...
Want we vergeten het nog wel eens, in alle discussies over de enorme kosten die de essentaksterfte met zich meebrengt voor Staatsbosbeheer: hout brengt geld op, véél geld.
Hoeveel precies wil helaas niemand zeggen, ook Rijkswaterstaat niet:
De opdracht is meervoudig onderhands in de markt gezet. Vijf partijen hebben een offerte ingeschreven voor het contract met een waarde van een paar ton euro's. De contractmanager wil de precieze waarde niet bekendmaken, maar wil wel kwijt dat de kap ruim voldoende opbrengt voor de aanschaf en herplant van nieuwe bomen.
Het noemen van specifieke bedragen zou de burgers maar nodeloos(?!) ongerust maken nietwaar?
Zal er nog wel een oude boom in het land blijven staan, als kappen zó lucratief is?

Kortom: de term 'kwalitatief' wordt door hele en halve overheidsinstanties, en dus ook in de e-mail van onze boswachter, uitsluitend economisch gebruikt.
De ecologie wordt totaal niet meegenomen.
Alsof zo'n eerbiedwaardige populier geen andere (ecologische? landschappelijke? natuurgerelateerde?) waarde of kwaliteiten heeft.


De levensboom. Cartoon verkregen via internet.

Aan het grote publiek vertellen de boswachters echter een geheel andere verhaal. 
Op blogs en tijdens informatiebijeenkomsten wordt vooral de landschappelijke en ecologische waarde van het bos benadrukt.
En/of de cruciale functie voor de leefbaarheid in de dorpen.
Waarom geeft Staatsbosbeheer eigenlijk niet gewoon toe dat al die kleibossen in de eerste plaats productiebossen zijn?
Mijn vermoeden: ze zijn - onwillekeurig, ondanks zichzelf - een beetje bang.
Voor de publieke opinie, of zelfs voor 'muiterij', zoals een boswachter het noemde.
Want betrokkenen steken steeds vaker de koppen bij elkaar:
Pluk en de dieren in het bos. Afbeelding verkregen via internet.

Dit lijkt de reden dat dorpjes waar 'groen-' en/of 'bosgroepen' ontstaan van de boswachters zo opvallend veel aandacht krijgen .
In het weekend, 's avonds: niets lijkt de boswachters van het Hogeland teveel.
Vaak nemen ze zelf groepsgewijs (vier man/vrouw) deel aan voorlichtingsbijeenkomsten en vergaderingen.
Gelukkig blijken hun overuren (desgevraagd) uitbetaald te worden, want ik begon me bijna een beetje zorgen te maken over hun privéleven. 

Op internet vind ik vergelijkbare verhalen over populieren in de stad: 

Het is tegenwoordig heel gewoon geworden dat als er takken van bomen af kunnen waaien dat dan maar de hele boom weg moet. De gemeente zegt dan dat er boktorren in zitten, of ze zeggen de boom is versleten omdat hij 35 jaar oud is. Een beetje gelijk hebben ze wel, als er inderdaad boktorren in het hout gangen vreten dan is zo'n boom erg gevaarlijk. Maar meestal is dat helemaal niet het geval!!! Regelmatig oude en dode takken uit bomen zagen kost veel geld. Omzagen is veel goedkoper! De gemeente houdt de burgers stil door te beweren dat er boktorren in zitten . De burger heeft daar toch geen verstand van!! Ik heb het meegemaakt dat hier 23 z.g.n. zieke bomen omgezaagd werden, ook populieren, toen ze op de grond lagen was er slechts een ziek de rest kon zeker nog wel 30 á 40 jaar mee! Als je wilt protesteren dan beginnen ze al met zagen als je nog op het gemeentehuis staat. De burger is vaak volkomen machteloos en monddood gemaakt. Een populier afzagen om te knotten lukt vaak niet, of de boom gaat dood of er waaien later nog meer takken uit.
Zo schrijft een bezorgde stedeling. 
Iemand anders voegt hieraan toe dat gemeenten 'sinds ze aansprakelijk voor de schade zijn', geen enkel risico willen lopen. 
Ook Staatsbosbeheer lijkt het woord 'veiligheid' voor in de mond te hebben. 
Zo dragen de problemen met 'aansprakelijkheid' er óók nog eens aan bij dat er straks geen volwassen boom meer overeind staat.
Niet in de stad, maar zelfs niet in het bos.

Linksom of rechtsom, of het nu gaat om aansprakelijkheid of om een optimale 'kwaliteit' van de oogst ('productie'): als bezorgde burgers moeten we steeds vroeger opstaan om de welbespraakte en zorgvuldig geïnstrueerde vertegenwoordigers van Staatsbosbeheer degelijk onderbouwd en overtuigend van repliek te dienen.
Want we laten ons toch niet werkelijk 'monddood' maken, nietwaar?!

Monddood: drogredenen (valse dilemma's, enzovoort) voor zoete koek slikken; zonder vraagtekens, zonder nader onderzoek.
Monddood: accepteren dat elke discussie uitsluitend in economische termen wordt gevoerd, met uitsluiting van al het andere. 
Alsof 'waarde' en 'kwaliteit' geen enkele andere betekenis meer hebben dan 'productief'.
Monddood: onder de noemer van 'veiligheid' (op korte termijn) accepteren dat ons leefklimaat op de langere termijn volledig verziekt wordt.  

Soms zou ik willen dat populieren terug konden vechten.
Zouden boswachters weleens nachtmerries hebben?
Bijvoorbeeld een regelmatig terugkerende droom, waarin ze in de rug (zie afbeelding onder) worden aangevallen door een hoogbejaarde en derhalve genadeloos afgeschreven (oranje stip!) maar toch nog altijd verrassend... levenslustige populier?
  
Vrij vertaald: "Zuster, jij hebt niet toevallig opa's gebit gezien?". 
Cartoon verkregen via internet.