maandag 5 maart 2018

"Groninger Kleibossen", door Albert-Erik de Winter. Boek, 2015.


Gelukkig blijk ik niet helemaal alleen te staan in mijn - toegegeven: wat 'bezitterige' - liefde voor de Groningse kleibossen.  
In 2015 is er zelfs een boek over de kleibossen gepubliceerd: "Groninger Kleibossen, Groene parels in het agrarisch cultuurlandschap", samengesteld en geschreven door Erik-Jan de Winter.
Op de afbeelding hierboven zijn enkele pagina's uit dit boek te zien, met foto's van in de kleibossen gangbare vogel-, vlinder- en andere (dier)soorten.
Op onderstaande afbeelding de kaft van het boekje:

"Groninger Kleibossen. 
Groene parels in het agrarisch cultuurlandschap", 
door Albert-Erik de Winter.

Tien uiteenlopende en ogenschijnlijk willekeurige gekozen Groningse kleibossen worden tot in detail - omgeving, ontstaansgeschiedenis, bijzondere kenmerken - belicht en beschreven.
Maar het aantrekkelijk vormgegeven boekje, met vele afbeeldingen van de voorkomende dier- en plantensoorten, bevat ook de nodige algemene informatie. 
Het voorwoord is - interessant! - geschreven door het Groningse provinciehoofd van Staatsbosbeheer, Rieks van der Wal:

"Ik ben ervan overtuigd dat dit boek ervoor zorgt dat de dorpsbossen en landschapselementen de waardering en zorg krijgen die ze verdienen. [...] Een belangrijk hulpmiddel voor verantwoorde besluitvorming. Voor Staatsbosbeheer als beheerder van een groot deel van deze bossen een extra stimulans om, ook in tijden van bezuinigingen, door te gaan met het verzorgen en beheren van deze terreinen. Het is goed om te merken dat dit in toenemende mate gebeurt in samenwerking met de inwoners van de dorpen. Een teken dat de bossen en elementen een vaste waarde zijn gaan vormen in de samenleving. Dat is de beste garantie voor het behoud van de waarden die zo treffend door Albert-Erik de Winter zijn ontsloten."

Dit is een héle geruststelling!
Want wie de in 2017 begonnen kap, op die percelen van de Groningse kleibossen waarin essen oververtegenwoordigd zijn, op de voet volgt zou zomaar de indruk kunnen krijgen - als ie niet beter wist - dat Staatsbos'beheer' momenteel meer met oogsten bezig is dan met, tja, beheren.
Of, voor wie de dingen graag bij de naam noemt, vooral met vernietiging, sloop, destructie, afbraak, dood, verderf, enzovoort.
Anders gezegd: zich bezig houdt met én (hoofd)verantwoordelijke is voor een ecologische ramp op het Hogeland.
En dit niet uitsluitend omdat de essen ziek zijn.
Want ook veel andere soorten gaan er immers nodeloos onder de slopershamer (excuus, ik dwaal af).

Cartoon verkregen via internet.

Anyway: Kleibossen eentonig?
Niet volgens Jan-Erik de Winter, de auteur van het mooie en interessante boekje (p.12):

"Door de voedselrijke gronden hebben de kleibossen juist een grote diversiteit aan boom- en struiksoorten en zijn ze erg structuurrijk." 

Neem alleen al de vele soorten bomen.
Soms aangeplant, maar veel vaker aangewaaid (p.18):

"Zwarte els, esdoorn, zomereik, boswilg, populier, meidoorn, hazelaar, lijsterbes, vlier, sleedoorn en Gelderse roos."

Hieronder een afbeelding van de sleedoorn, bloeiwijze en vrucht:



En dan de vogels: de op pagina 22 genoemde grote bonte specht, gaai, vink en sperwer zijn allemaal te vinden in het relatief kleine en monotone dorpsbos te Kruisweg, dat in het boekje niet wordt uitgelicht.
Maar (p.26) er is veel meer:

"In de kleibossen zijn inmiddels meer dan zestig broedvogelsoorten aangetroffen. Soorten als fitis, grasmus, kneu, bosrietzanger en fazant worden vooral aangetroffen in jonge loofbossen. Door de weelderige groei van kruiden barst het in deze bossen van de zaden en insecten die door deze vogels gegeten worden. Naarmate de bossen ouder worden [...] wordt langzamerhand hun plaats ingenomen door ‘echte’ bosvogels."

Fitis?
Die zoeken we op:


Fitis. Afbeelding verkregen via de Vogelbescherming.

Maar er vliegt nog meer in de Groningse kleibossen, zoals vele soorten Libellen (p.36):

"Het noordelijk zeekleigebied is van origine arm aan libellen en waterjuffers. [...] Opvallend in dit verband is de soortenrijkdom aan libellen in een aantal kleibossen. Kenmerk van deze bossen is dat hier waterelementen met structuurrijke overvegetaties te vinden zijn. Inmiddels zijn bij deze bosvijvers en –poelen al meer dan dertig libellensoorten aangetroffen. Onder deze soorten fraai gekleurde exemplaren zoals platbuik, bloedrode heidelibel, gewone oeverlibel, vuurlibel en viervlek."

Bloedrode heidelibel. 
Afbeelding verkregen via Wikipedia

En natuurlijk vlinders (p.44):

‘meer dan twintig soorten dagvlinders waargenomen. Enkele van deze soorten zijn dagpauwoog, kleine vos, atalanta, gehakkelde aurelia, landkaartje en bont zandoogje. Kruidenrijke bosweiden en structuur-rijke bosranden in deze bosjes zijn ideale vlinderbiotopen’

Het landkaartje, voorjaar (boven) en zomer (onder).
Afbeelding verkregen via Wikipedia

Zelf trof ik voorjaar/zomer 2017 in het dorpsbos van Kruisweg de (nacht)vlinders op onderstaande afbeelding aan, in innige omhelzing.
Gróót waren ze, en de ene (links in beeld) sleepte de ander voort, waar helaas niet veel leven meer in leek te zitten.
Heel voorzichtig heb ik de twee naar het gras verplaatst, want er kon elk moment iemand overheen fietsen.

Kolibri(e)vlinders? Foto Blogwachter, 2017, dorpsbos te Kruisweg

Volgens een voorbijgangster ging het hier om kolibri(e)vlinders.

Ik vond ze zo bijzonder dat ik er zelfs een filmpje van heb gemaakt.

In oudere bossen blijken bovendien veel soorten varens en bijzondere planten te gedijen (p.40):

"Naarmate de bossen ouder worden en zich een humuslaag gaat ontwikkelen, kunnen varensoorten als brede stekelvaren, mannetjesvaren of zelfs dubbelloof en eikvaren worden aangetroffen. Naast de bosvegetaties zijn ook bloemweiden en oevers rond waterpartijen door extensief beheer [...] vaak erg interessant. Rietorchis, ratelaar, paarse morgenster, echte koekoeksbloem, veldlathyrus, vogelwikke, grote kaardenbol en heelblaadjes, het is een kleine greep uit de bloemenpracht die hier plaatselijk voor kan komen."

Toegegeven: de rietorchis hebben we in Kruisweg écht niet, want die was me zeker opgevallen:

Rietorchis, afbeelding verkregen via Wikipedia

Kortom (p.52):

“In de verder (vaak) intensief gebruikte akkers en weilanden zijn deze bosjes groene oases die barsten van het leven. De bosjes zijn van betekenis voor een grote variatie aan planten en dieren. Dagvlinders, reeën, sprinkhanen en diverse soorten zangvogels, het is slechts een kleine greep uit de biodiversiteit van deze bossen."

Hier is inderdaad geen woord van gelogen.
En vergeet vooral de vleermuizen niet!
Want wie in de schemering van een zomeravond door het dorpsbos van Kruisweg wandelt ziet ze bijna altijd.
Het kan dan ook 'niet genoeg benadrukt worden': voor deze bossen moeten we zorgen!
Als bewoners, als overheid, en als verantwoordelijke instanties:

P62: "Kleibosjes worden door veel mensen gewaardeerd vanwege hun rust en natuurschoon. Dat de bosjes zo mooi zijn, is echter niet vanzelfsprekend maar het gevolg van zorgvuldig beheer en onderhoud."
(p.66) "De grote betekenis van de kleibossen op het gebied van landschap, natuur en recreatie, kan niet genoeg worden benadrukt. Het is daarom ook noodzakelijk dat het belang van deze bossen wordt gewaarborgd in de diverse ruimtelijke en omgevingsplannen."

Openheid en eerlijkheid - over de toekomstige resultaten, maar ook over de motieven achter de gekozen aanpak - lijken mij persoonlijk van het allergrootste belang.
Dus niet: welbewuste keuzes van Staatsbosbeheer - bijvoorbeeld vanwege een kostenplaatje - presenteren als 'onvermijdelijk'. 
Of burgers met al te optimistische, maar ogenschijnlijk 'deskundige' - want verkondigd door een 'professionele' organisatie - 'toekomstvisies' monddood maken.
Zodat ze pas kunnen gaan protesteren als het al te laat is.
Probleem: zelfs de snelstgroeiende bomen groeien zo verschrikkelijk langzaam!
Je bent tenminste een generatie verder om een struik/spriet te laten uitgroeien tot iets dat de titel 'Boom' waardig is.
Om uit te leggen wat ik bedoel grijp ik maar weer terug op de cartoonisten, die het zo kort en bondig kunnen zeggen:

Vrij vertaald: "geheel in overeenstemming met onze milieubewustheid planten nu MEER bomen aan dan we hebben geoogst". Afbeelding verkregen via internet.
Tja...
'Was het maar vast toekomst', inderdaad.

'O, was het maar vast toekomst'.
Sigmund, afbeelding verkregen via internet.

zondag 4 maart 2018

Onderdendam; knus dorpsbosje met specht, 4 maart 2018

Het dorpsbos te Onderdendam oogt romantisch, intiem bijna.
En dat op (vermoedelijk) één van de laatste winterse dagen van dit seizoen: 4 maart 2018.
Alles is nog kaal, grauw en winderig, maar toch is het er knus.
'Voor en door bewoners', is mijn indruk van dit bos, als toevallige passant.
Want ik ontdek dit bosje bij toeval, op weg naar Middelstum, waar ik de kap die deze weken gaande is wil fotograferen.

Dorpsbos te Onderdendam, 4 maart 2018, foto Blogwachter

Vooral de randen van het Onderdendamsterbos, tevens de grens tussen de achtertuinen van een tiental dorpsbewoners en de openbare ruimte, zien er opvallend verzorgd uit.
Je kunt niet goed zien waar de tuinen ophouden en het bos begint.
Op het naambord staat een logo van Staatsbosbeheer.

Dorpsbos te Onderdendam, 4 maart 2018, foto Blogwachter

Bij nadere beschouwing blijken hier toch niet uitsluitend dorpsbewoners aan het klussen en timmeren te zijn geweest.
Zo is er een ruime zithoek gemaakt, begrensd door houtwallen en met boomstronken om op te zitten.
Daar kun je wel een hele schoolklas in kwijt.
Er hangt een affiche bij van Landschapsbeheer Groningen.

Dorpsbos te Onderdendam, 4 maart 2018, foto Blogwachter

Wat zou Landschapsbeheer Groningen eigenlijk vinden van de eventuele op handen zijnde kap?
Aan hen ga ik ook maar eens een briefje schrijven.

Dorpsbos te Onderdendam, 4 maart 2018, foto Blogwachter. Vrij vertaald: 'Ga er maar even lekker bij zitten (Even uit...puffen?...rusten?...tja, dat heb je met die import...)

Of... is er in dit bos geen sprake van essentaksterfte en dus evenmin van naderende kap?
Ik wil niemand nodeloos ongerust maken, en ga slechts af op wat er momenteel gaande is in een groot deel van de Hogelandse (dorps)bossen.
Het Onderdendamsterbos lijkt al wel gemarkeerd, op de gebruikelijke wijze (linten, blauwe stippen).
Maar gek genoeg alleen de 'toekomstbomen' (zie afbeelding hieronder).
Betekenen de verschillende wit-groene linten (Staatsbosbeheer) in dit geval niets?

Dorpsbos te Onderdendam, 4 maart 2018, foto Blogwachter

De ervaring leert dat het niet-blessen van de te kappen bomen geen goed teken is.
Gewoonlijk - referentie: 2017/2018, Staatsbosbeheer, Essentaksterfte, Hogeland: zie overige stukjes over Bedum, Uithuizen, Wehe den Hoorn, enzovoort - betekent dit dat zo ongeveer alles plat gaat, met uitzondering van de speciaal met linten behangen en blauwe stippen beschilderde - tot 'toekomstboom' uitverkoren - geluksvogels.
Want als er niet gekapt zou worden, was het tot 'toekomstboom' verklaren van enkelingen immers niet nodig geweest.

Staan hier vooral essen, net als in de meeste andere Hogelandse dorpsbossen?
Het is slecht te zien, in de winter.
Hieronder in ieder geval een aantal knotwilgen, die de kap zeker wel zullen overleven.
Al is het maar omdat ze de oogstmachines niet in de weg staan, noch veel opleveren, aan 'oogst'.
Het bankje is ook leuk.

Dorpsbos te Onderdendam, 4 maart 2018, foto Blogwachter

Aan de bosrand, langs de akkers, zelfs een hele rij, categorie: groepsfoto met bankje.


Dorpsbos te Onderdendam, 4 maart 2018, foto Blogwachter

Veel bomen in het 'Onderdendamsterbos' zijn metershoog begroeid met klimop, wat mooie beelden oplevert en veel nestgelegenheid biedt aan vogels.


Dorpsbos te Onderendam, 4 maart 2018, foto Blogwachter

Het is dan ook een gekwetter van jewelste, in het Onderdendamsterbos.
Met enige regelmaat hoor ik het getik van een specht.
Niet ongewoon, in de Hogelandse dorpsbosjes.



Maar spechten hebben een eigen territorium.
Waar moeten deze vogels eigenlijk naar toe, na de grootschalige kap van al deze voornamelijk met essen beplante bossen?
Voordat de (eventuele) herplant een beetje is opgeschoten zijn we tientallen jaren verder.
Wel blijven er, zoals in alle dorpsbossen, enkele hoge kale stammen van dode bomen staan, ten behoeve van de spechten (zie afbeelding).
Of de specht hier genoeg aan heeft om zich thuis te voelen is nog maar de vraag.

Dorpsbos te Onderdendam, 4 maart 2018, foto Blogwachter

Duimen dus, voor de toekomst van dit - zelfs zonder groen - sfeervolle en intieme dorpsbosje te Onderdendam.
En dus voor de specht, en al die andere bewoners van dit bos.

woensdag 28 februari 2018

Informatiemiddag Staatsbosbeheer, dorpshuis Kruisweg, oktober 2017

Op 21 oktober 2017 organiseerden Staatsbosbeheer en de vereniging Dorpsbelangen gezamenlijk een informatiemiddag in het dorpshuis te Kruisweg.
Hoewel op de aankondiging vermeld staat dat zowel de gemeente De Marne als Staatsbosbeheer hun plannen willen toelichten, is de gemeente niet (officieel) van de partij. 
Wel is er een opvallend zware delegatie aanwezig van Staatsbosbeheer: de boswachters (in alfabetische volgorde) Liesbeth van den Berg, Dennis Moerkerken (beheer), Jaap Kloosterhuis (boswachter publiek) en Jasper Schut ("het ecologische geweten"), en daarbij Rieks van der Wal, het provinciehoofd Groningen van Staatsbosbeheer.
Verder zijn aanwezig diverse leden van de vereniging Dorpsbelangen en enkele tientallen dorpsbewoners en andere geïnteresseerden.
Ik maak foto's, maar Marjolein van de vereniging Dorpsbelangen verzoekt mij om geen foto's van herkenbare personen op internet te plaatsen.

'De buurt is aan Z', cartoon verkregen via internet

Bij gebrek aan beter plaats ik dus maar foto's van het dorpshuis te Kruisweg.
"Onherkenbaar" in beeld, voor de zekerheid, met beelden uit Andere Tijden.
Want de omgeving van het dorpshuis is inmiddels bijna volledig boomvrij.
Met andere woorden: bijna onherkenbaar veranderd.
Opgeruimd staat netjes?


Dorpshuis te Kruisweg, september 2010. Afbeelding verkregen via Google Maps. De bomen rond het dorpshuis zijn inmiddels allemaal gekapt. Voor de goede orde: dit zijn géén essen. Er is uitsluitend een laag haagje voor terug gekomen.

Provinciehoofd Rieks van der Wal leidt de informatiemiddag in.
Hij vertelt over de omvang van de aantasting door de essentaksterfte in de kleibossen van het Hogeland.
Maar ook over zestig kilometer bosrand langs de A7.
Hierbij gaat het niet uitsluitend om primaire aantasting - direct door de schimmel - maar tevens om secundaire aantasting ten gevolge van de honingzwam, die toeslaat zodra de bomen verzwakt zijn.
De mate van aantasting door de honingzwam hangt af van het plaatselijke microklimaat.
Vooral op vochtige grond - de honingzwam is immers een schimmel - waar de essen dicht bij elkaar staan, richt de honingzwam veel secundaire schade aan.
De aantasting door een combinatie van essentaksterfte, monocultuur, vochtige kleigrond en honingzwam vindt veel sneller plaats dan men aanvankelijk dacht.
Als voorbeeld noemt hij een bos te Slochteren, waar na de winter ineens alle bomen om lagen.
Van der Wal benadrukt dat hij beseft wat de impact is van de kap op de woonomgeving en stelt bovendien dat de essentaksterfte niet specifiek een probleem is van Staatsbosbeheer.


Rechts in beeld het dorpshuis te Kruisweg, september 2010. Afbeelding verkregen via Google Maps. De bomen rond het dorpshuis zijn inmiddels allemaal gekapt, evenals de bomen aan de overkant van de straat, waar onlangs bejaardenwoningen werden gesloopt. Voor de goede orde: dit waren géén essen.

Vervolgens komt Jaap Kloosterhuis aan het woord, de boswachter "Publiek".
Kloosterhuis vertoont dia's, vertelt over de essentaksterfte en over de planning van Staatsbosbeheer.
Interessant is de toelichting op het 'vals kelkje', één van de benamingen voor de betrokken schimmel.
Het échte kelkje blijkt een nuttige schimmel: een inheemse soort die op afgestorven essen leeft.
Maar de via Polen geïmporteerde bedrieger vormt helaas wel een probleem, hoewel niet op alle essen.
Ongelukkig genoeg is juist onze inheemse es ("Fraxinus") bijzonder vatbaar.
Hoewel een klein percentage hiervan resistent blijkt, bestaan onze dorpsbossen uit stekken van één moederboom ("klonen") waardoor de kans op resistentie verwaarloosbaar is.
Kloosterhuis benadrukt vooral het belang van de veiligheid langs wegen en paden. 
Vervolgens vertoont hij een filmpje van Paul Copini, een onderzoeker van de universiteit Wageningen.
Op dit filmpje is te zien hoe je de aangetaste essen aan hun verdorde blad en verkleuringen in de stam kunt herkennen
Ook vertelt Kloosterhuis over de twee soorten machines die door Staatsbosbeheer bij de kap gebruikt worden.

Zo is er de harvester, oftewel processor: de eigenlijke oogstmachine.
"Oogstmachine" is volgens Kloosterhuis een wat misleidende term.
Op een filmpje is te zien hoe deze alleskunner alle bomen in "reepjes" van dezelfde lengte afsnijdt.
Kloosterhuis merkt op dat het hierbij "niet zachtzinnig" toegaat.

De andere soort heet de "forwarder", oftewel de uitrijd-machine, die de door de processor netjes voorbehandelde en in gelijke delen gesneden bomen het perceel uit rijdt en langs de weg opstapelt.
Als worstjes op een lopende band, zal ik maar zeggen.

Er komen meer termen voorbij, zoals "dunningspad": de route door het bos die beide machines nodig hebben om het werk te doen.
En wat te denken van "rolstapel", en term die niet letterlijk genoeg genomen kan worden.
Bezorgde dorpelingen vragen zich af of deze stapels niet gevaarlijk zijn voor de kinderen, die de verleiding vermoedelijk niet kunnen weerstaan om erop te klimmen.


Bedumerbos, 14 oktober 2017. Foto: Blogwachter.

Uit bovenstaande foto blijkt dat Staatsbosbeheer zich bewust geworden is van deze gevaren.
'Geworden', want te Uithuizen, waar men begonnen is met de kap, werden de 'rolstapels' nog niet met waarschuwingen bestempeld.
Hier is beslist over nagedacht, want juist de jongste kinderen, die de gevaren het minst goed zullen kunnen inschatten, kunnen nog niet lezen ;-)
Na enig aandringen onder de aanwezigen belooft Staatsbosbeheer om de rolstapels te Kruisweg te voorzien van een hek, zodat de kinderen er niet bij kunnen komen.
Dit lijkt mij overigens niet eenvoudig, want in andere dorpsbossen blijkt het aanvoeren en vervolgens weer afvoeren van alle boomstammen in diverse fases plaats te vinden.
Moeten die hekken dan telkens weer op verschillende plekken geopend worden, als er nieuwe happen uit de stapels wordt genomen?
En vervolgens weer..tja...netjes afgesloten?
Mijn advies: dorpsbewoners met kinderen, houdt het in de gaten!


Bedumerbos, 14 oktober 2017. Foto: Blogwachter. Op deze foto is et zien dat een deel van de opgestapelde boomstammen alweer verwijderd is. Omstanders bevestigden dit.

Update 4 oktober 2018: in de praktijk blijken de hekken vooral symboolpolitiek. Er is weliswaar een hek geplaatst langs de weg, maar vanaf de andere kant kan iedereen er gewoon bij komen:


Kruisweg, tijdens de kap. Foto Blogwachter, 15 september 2018

Vermoedelijk vonden de houthakkers het zelf ook een beetje mal, en onwerkbaar bovendien.
Dus halverwege zijn ze gestopt met het plaatsen van van de hekken:


Kruisweg, tijdens de kap. Foto Blogwachter, 15 september 2018

Hoe dan ook werken dit soort dingen wel, want het is toch... aandacht.
Interessant is de opmerking van de boswachter dat het bij de essenkap niet om een "reguliere dunning" gaat.
Want bij een reguliere dunning worden alle betrokken bomen geblest.
Maar vanwege de grote hoeveelheden te kappen bomen is deze procedure tijdelijk opgeschort.
Nu worden dus alleen de hoeken gemarkeerd.
Om precies te zijn: de hoeken van percelen die geheel 'plat' zullen gaan.
Dat hier geen woord van gelogen is, kan onder meer worden vastgesteld te Wehe den Hoorn.
En inmiddels - 4 oktober 2018, dierendag nota bene - dus ook te Kruisweg:




Blogwachter stelt enkele kritische vragen die niet bij iedereen in de smaak vallen.
Dit ook omdat er in het dorp mensen blijken te wonen die het eigenlijk wel prima vinden dat het bos verdwijnt.
Want het bos geeft schaduw in de tuin, enzovoort.
Tja, smaken verschillen.
Al wordt dit alles niet openlijk tijdens de vergadering gezegd.
Met enige goede wil zou je kunnen zeggen dat de voelbare stemming tijdens de bijeenkomst beslist pro-bos was.
Maar tijdens de op de wandeling volgende excursie komen er andere geluiden los.
Zo wordt 'de Rotterdammer' in het algemeen er onder meer van verdacht 'nog geen mus van een merel te kunnen onderscheiden' en Blogwachter in het bijzonder 'nooit in het bos te komen'.
Als honduitlater (zo'n jachthond die veel moet wandelen en niet in de tuinen van anderen poept) en 'tuinvogelconsulent' (voor de Vogelbescherming) heb ik hier niet veel op te zeggen.

Inmiddels zijn we maanden verder.
Omdat in het najaar van 2017 sterk de indruk had dat mijn acties he-le-maal geen effect sorteerden - de blog werd destijds nauwelijks gelezen - heb ik het verslag van de bijeenkomst in oktober nooit gepubliceerd.
Vergetende dat deze bijeenkomst - met een nogal zware delegatie van SBB, voor zo'n klein dorp - op zichzelf vermoedelijk al een gevolg was.


"Laat hen toch protesteren! Ze zullen altijd onbelangrijk blijven", cartoon verkregen via internet

Hoe dan ook: ik verloor de moed.
Inmiddels lijkt de situatie echter veranderd.
De statistieken geven aan dat de blog in de maand februari 'vaak' - nou ja, 53 keer - gelezen is.
Mogelijk door mensen buiten Kruisweg.
Zelf zit ik nu in een officiële 'bosgroep' die af en toe vergadert met Staatsbosbeheer, en netjes op de hoogte wordt gehouden van alle plannen en ontwikkelingen. 
Volgens een boswachter 'praten de mensen van Kruisweg met mensen van elders' over de ophanden zijnde kap.
Een en ander leidt hij af uit het ontstaan van diverse 'bosgroepjes' in andere dorpen in de omgeving waar eveneens gekapt zal gaan worden.
Dit geeft Blogwachter weer moed!
Want als ik eerlijk ben, gaan álle bossen op het Hogeland mij aan het hart, en niet uitsluitend 'ons' dorpsbos.
Dat zal mijn Rotterdamse inslag wel zijn: 'het ene bos niet van het andere' kunnen onderscheiden (zie boven).

Tot slot enkele afspraken en toezeggingen:
Ook bij de laatste vergadering op maandag 26 februari in het dorpshuis van Kruisweg wordt Staatsbosbeheer weer door vier man (Dennis, Klaas, Johan, Marcel) vertegenwoordigd. 
De al veel eerder (zomer 2017) geplande kap te Kruisweg zal volgens de huidige planning plaatsvinden vanaf maandag 16 juli 2018.
Precies in de zomervakantie, dus.
En wel met de - gereserveerd voor Kruisweg, vanaf de zestiende juli 2018 - unieke harvester met bodemvriendelijke rupsbanden.
Zo is ons inmiddels toegezegd.
Zo blijft de bodem van het bos - en daarmee het eco-systeem - nog een beetje intact.
Ook zal er - volgens planning - relatief snel herplant worden, in ieder geval vóór maart 2019.
Voor dit doel is een gedetailleerd 'herbeplantingsplan' getekend door Staatsbosbeheer: met 'lichte' en 'donkere' bossen, beuken-, eiken- en berkenbossen, en zelfs een heuse paddenpoel in de zon.
Als alles goed gaat ontstaat er hopelijk een gevarieerder en gedifferentieerder - en dus gezonder en duurzamer! - bos dan op dit moment.
Op termijn, dat moet er helaas wél bij. 
Want bomen groeien nu eenmaal niet erg snel.
Zelfs niet als ze alle licht en ruimte van de wereld krijgen.
Bij alle optimistische en blijmoedige praat zou je dit (toch niet onbelangrijke) feit bijna vergeten.
Verder is het bos te Kruisweg enkele weken geleden gemarkeerd.
Vanwege de onverwacht intredende vorstperiode was er zelfs éven sprake van dat er deze week - vanaf maandag 26 februari - gekapt zou gaan worden.
Want met de vorst in de grond wordt de bodem minder beschadigd door de zware machines.
Maar op mijn vraag waarom dit niet door is gegaan, antwoordt een boswachter dat het Staatsbosbeheer 'niet verstandig leek' om 'in dít dorp', zomaar ineens op een maandagochtend, 'onaangekondigd met de machines in het bos te staan'.
Hij laat doorschemeren dat men bang was dat er muiterij zou uitbreken.
Op zich prima natuurlijk, want de boswachters houden niet op te benadrukken dat 'betrokken burgers' voor hen bijzonder waardevol zijn.
Gelukkig zou de vorstperiode vermoedelijk van (te) korte duur zijn om de kap geheel af te ronden, en de schade bij plotseling invallende dooi helemaal niet te overzien.

Toch een opstekertje: Kruisweg heeft blijkbaar inmiddels de reputatie van een dorp waar je niet zomaar álles kunt doen zonder dat de inwoners een kik geven!
Waarom denk ik nu ineens aan dat beroemde Gallische dorpje, waar die onsterfelijke Romeinse keizer ooit slapeloze nachten van had? 


Een Gallisch dorpje. Afbeelding verkregen via internet.

P.S. Inmiddels zijn we vele maanden verder (19 juli 2018).
Door toedoen van een journalist van het Dagblad van het Noorden weet ik inmiddels dat iemand anders ook een stukje over deze informatiebijeenkomst geschreven heeft.
En wát voor stukje!