vrijdag 19 oktober 2018

'The ancient woods': een 'film for thought'

Wat is dat toch merkwaardig!
Uitgerekend op het moment waarop we in staat zijn om flora en fauna met de prachtigste (tele)lenzen tot in het kleinste detail vast te leggen, staan we op het punt om dit alles onherstelbare schade toe te brengen.
Of zelfs - en mogelijk op onvoorstelbaar korte termijn - vrijwel geheel te vernietigen.
Dat laatste met behulp van, alwéér, de modernste technieken.
  
Toeval?
Niet echt.
De rode draad in dit verhaal is, nogmaals, de moderne techniek.
De moderne techniek, die met evenveel recht geniaal kan worden genoemd, als (werkelijk, volkomen) gestoord.
Zowel de alziende boodschapper van het mooiste en het beste, als de stekeblinde (niets ontziende) vernietiger van onze gehele planeet.

'Alles is mogelijk; de techniek zal ons redden', verzekeren optimisten ons keer op keer.
Helemaal ontkennen kan ik dit niet.
Sommige techniekliefhebbers doen het zelfs (de wereld redden), wat zeker enorm te prijzen is.
Maar vaak - te vaak - vervult techniek een geheel andere rol. 

Daar gáán we dan, op weg naar onbekende en heerlijke bestemmingen!
Maar wat gek: de remmen doen het niet meer, het stuur is afgebroken, alle waarschuwingslampjes laten het afweten en de handleiding blijkt zoek.
Met de navigatie schijnt óók al iets aan de hand te zijn.
Want die vriendelijke, gedienstig orerende juffrouw stuurt ons ineens zómaar de afgrond in...

De moderne techniek: hoe 'bipolair', 'schizofreen' of 'psychopathisch' - menselijk, ál te menselijk - wil je het hebben?
Misschien moet je kinderen gewoon niet zulk gevaarlijk gereedschap in handen geven... 
Is het toch gewoon en kwestie van ADHD? (Alle Dagen Heel Druk)?
Relatief onschuldig, maar soms helaas wel met verwoestende gevolgen.
Je moet zulke kinderen wél een beetje in de gaten houden.

Eén ding is zeker: de moderne techniek zit nooit één seconde stil.
Veel te kostbaar: als je eenmaal zo'n mooie machine hebt aangeschaft moet je 'm gebruiken ook!
24/7 zoals dat heet. 
Ja, óók 's nachts!
Met één kanttekening, dát wel.
Want - om een voorbeeld te noemen - ''s Nachts maaien is de overtreffende trap van erg'
Vooruit, u krijgt het gehele citaat erbij!
Uit het mooie boekje 'Landschapspijn', van Jantien de Boer:
Henks ogen vonken, want 's nachts liggen de hazen, de reeën en de broedende grutto's weerloos in het land. Ach die grutto's. 'Soms dacht ik vroeger bij het eierzoeken, als ik in de verte eentje had gezien: potverdikke ik kan hem niet vinden, en dan ineens plof, vlak voor je voeten vloog hij van het nest.' Als je 's nachts gaat maaien, maak je alles kapot. Dan vind je smots zoals dat in het Fries heet, oftewel puree, zegt de weidevogelkenner. 'Of een eend met de poten eraf die nog leeft.' 's Nachts maaien is de overtreffende trap van erg.
Ja, die jonge reeën... 
Die worden gevonden met het kopje óf de pootjes eraf gemaaid.
Want als de moeder weg is, blijven de kleintjes braaf op hun plek, wát er ook gebeurt!

Kortom: overal en altijd - 24/7 - razen, tieren, brommen, scheuren, snijden, stampen, graven, kappen, kloten, klieven, racen, raggen, breken, boren, 'beschermen' (van gewassen, u weet wel...), slaan, schieten, slopen, heffen, hakken, versnipperen, verstoren, verslepen, verzieken, (ver)vellen, villen, folteren, falen en zelfs (zelfs? juist...) moorden machines...

Soms lijkt het wel alsof de gevolgen van de techniek 'onontkoombaar' zijn geworden.
Techniek als een soort natuurramp eigenlijk.
'Handmatig kappen kan nu écht niet meer, dat is veel te duur...'. 
Lekker makkelijk, want zo lijkt het alsof álles zich buiten ons toedoen afspeelt.
Alsof we er werkelijk helemaal níets aan (tegen) kunnen doen.

Maar in tegenstelling tot een orkaan of een vulkaanuitbarsting, komt de moderne techniek nog altijd niet erg ver zonder... knechten.
Toegegeven: erg veel zijn er al lang niet meer nodig. 
Elke dag minder eigenlijk. 
Zo kunnen we het 'vuile werk' succesvol afschuiven op de enkeling, en daar dan vervolgens een beetje op mopperen. 
Terwijl - ik noem maar een voorbeeld - de boer toch het eten voor ons allemaal verbouwt.

Wat ik zeggen wil: ondanks het soms niets ontziend lijkende geweld is en blíjft het toch allemaal een kwestie van keuzes.
Ménselijke keuzes, om precies te zijn.
Bij elke druk op de knop, bij elke voet op elk pedaal - maar vooral: bij elke hap voedsel, of elke vlucht naar een ver of minder ver land - maken we keuzes die niet per se onontkoombaar zijn.
In plaats van te vliegen naar de laatste restjes ongerepte natuur, kun je bijvoorbeeld ook gaan wandelen in je eigen bos.  

'The ancient woods' laat bovendien zien dat de modernste techniek met evenveel gemak kan worden ingezet om 'alles van waarde' bijvoorbeeld minutieus mee vast te leggen.
Zodat een weldenkend mens het wel uit zijn (haar? Hm...) hoofd laat om er met zijn (haar) tengels aan te zitten...
Laat staan met behulp van niets ontziende (want veel te grove) 'werktuigen', waar de ziel van de mens zich - met het al te kwetsbare lichaam - onzichtbaar, onhoorbaar én onwetend in of achter verschuilt...

Een beetje ironisch is het allemaal wel.
Maar dankzij diezelfde moderne techniek waarmee we zoveel verwoesting aanrichten kunnen we - in ieder geval - niet langer met droge ogen beweren dat we het, ál die tijd dat deze verwoesting gaande was, niet gewéten hebben.
Al is het alleen maar hoe wonderbaarlijk, rijk, waardevol, adembenemend en vooral móói onze bossen waren en wat er allemaal leef(de!)t:


Beeld uit de film 'The Ancient Woods', Litouwen, 2017

Ik dwaal af.
Eigenlijk wilde ik gewoon iets over die prachtige film schrijven, 'The ancient woods'.
Maar deze film roept opvallend veel associaties en emoties op...

In Litouwen, waar de film werd gemaakt (door Mindaugas Survila, in 2017), werd 'The ancient woods' nota bene een 'bioscoophit'.
En dat voor een film zonder achtergrondmuziek!
Er wordt zelfs niet in gepraat.
Nee, niet ééns een voice-over: de onontkoombare metgezel van iedere natuurfilm op TV.
Bepaald exotisch is de film ook al niet.
Het gaat om een noordelijk bos, zonder apen en tijgers, maar ook zonder ijsberen. 
Tot overmaat van ramp is de film traag, héél traag: geen achtervolgingen, nauwelijks moordpartijen - niet weg te denken uit de gebruikelijke natuurfilms, alsof de natuur alleen bestaat uit eten en gegeten worden - en beelden waarin secondenlang he-le-maal niets gebeurt.

Nou ja... níets?
Kijk maar, je ziet niet wat je ziet.
Tenminste: zoiets lijkt deze filmmaker te willen uitdrukken.
Daar zit je dan.
En je moet wel zien, en je moet wel luisteren.
Want het duurt maar, en het duurt maar...
Maar dán gebeurt er een wonder. 
Zodra je aandacht - gewoonlijk suf gebombardeerd door snelle beelden en indrukken - zich verscherpt, blijken de beelden en geluiden uit dit 'oude bos' - niet eens een oerbos, want dat hebben 'we' (wij, Europeanen) alleen nog in Polen - van een eindeloze subtiliteit en overvloed. 

Dít zijn nu die bossen waaruit al die oude midden-Europese sprookjes en noord-Europese sage's zijn voortgekomen.
Niets lijkt hier te gek.
In deze atmosfeer verwacht je elk moment een oude toverheks op een bezemsteel.
Maar voorlopig zie je alleen relatief 'gewone', maar desondanks wonderbaarlijke dieren.
Bijvoorbeeld ontwakend uit een winterslaap, voedsel zoekend, dwalend, elkaar het hof makend, kortom: lévend.

Oude bossen: ze zíjn er nog!
Maar voor hoe lang?
Aan onze techniek zal het niet liggen.
Want met de modernste techniek kunnen we werkelijk álle kanten op.
Zelfs de goeie!

Kortom: de Mens is aan zet.
De Mens: dat wil zeggen ik, u, jij, wij, jullie!
De keus is aan ons: de ogen sluiten voor de grootschalige vernietiging van ons 'groene erfgoed' - die nu onder onze ogen gaande is - óf er kennis van nemen.
Of zelfs naar de camera (of de pen) grijpen om alles tenminste vast te leggen.
Dat wil zeggen: zowel de 24/7 plaatsvindende vernietiging, als de grote waarde van wát er precies allemaal - met grof geweld, op onvoorstelbaar grote schaal - vernietigd wordt.
Het vastleggen én succesvol overbrengen van de enorme schoonheid en rijkdom van dit alles is misschien wel het allerbelangrijkste.
Zo is deze film een monument geworden voor alle oude bossen in de wereld.
Helaas hebben we zulke monumenten op dit moment meer nodig dan ooit eerder in de geschiedenis.
Want de druk op de laatste oude bossen neemt elke dag toe. 
Kappen met kappen, kortom.
De film is mooi, maar het bos is - eigenlijk is dit geen vergelijking - mooier!

Voor behoud van oude bomen en bossen is momenteel - met de hete adem van de 'roofvijand' in de nek - vooral draagvlak nodig: bewustwording en vervolgens breed(!) gedragen protest. 
Juist daarom is het zo verheugend dat deze film - ik herhaal het nog maar eens een keer, omdat het déze tijd van telkens 'sneller' wordende beelden bijna on-ge-loof-lijk lijkt - nota bene een 'bioscoophit' werd!

In Litouwen, dát moet er wel bij...
Nu wij nog!

NB: Voor meer over deze film, zie ook mijn filmrubriek (onder pseudoniem Ietje Luur).

zondag 14 oktober 2018

John Steinbeck: harvester, quote (Dutch/English)

THE TRACTORS came over the roads and into the fields, great crawlers moving like insects, having the incredible strength of insects. They crawled over the ground, laying the track and rolling on it and picking it up. Diesel tractors, puttering while they stood idle; they thundered when they moved, and then settled down to a droning roar. Snubnosed monsters, raising the dust and sticking their snouts into it, straight down the country, across the country, through fences, through dooryards, in and out of gullies in straight lines. They did not run on the ground, but on their own roadbeds. They ignored hills and gulches, water courses, fences, houses.The man sitting in the iron seat did not look like a man; gloved, goggled, rubber dust mask over nose and mouth, he was a part of the monster, a robot in the seat. The thunder of the cylinders sounded through the country, became one with the air and the earth, so that earth and air muttered in sympathetic vibration. The driver could not control it—straight across country it went, cutting through a dozen farms and straight back. A twitch at the controls could swerve the cat', but the driver's hands could not twitch because the monster that built the tractors, the monster that sent the tractor out, had somehow got into the driver's hands, into his brain and muscle, had goggled him and muzzled him—goggled his mind, muzzled his speech, goggled his perception, muzzled his protest. He could not see the land as it was, he could not smell the land as it smelled; his feet did not stamp the clods or feel the warmth and power of the earth.He sat in an iron seat and stepped on iron pedals. He could not cheer or beat or curse or encourage the extension of his power, and because of this he could not cheer or whip or curse or encourage himself. He did not know or own or trust or beseech the land. If a seed dropped did not germinate, it was nothing. If the young thrusting plant withered in drought or drowned in a flood of rain, it was no more to the driver than to the tractor. He loved the land no more than the bank loved the land. He could admire the tractor—its machined surfaces, its surge of power, the roar of its detonating cylinders; but it was not his tractor. Behind the tractor rolled the shining disks, cutting the earth with blades—not plowing but surgery, pushing the cut earth to the right where the second row of disks cut it and pushed it to the left; slicing blades shining, polished by the cut earth. And pulled behind the disks, the harrows combing with iron teeth so that the little clods broke up and the earth lay smooth. Behind the harrows, the long seeders—twelve curved iron penes erected in the foundry, orgasms set by gears, raping methodically, raping without passion. The driver sat in his iron seat and he was proud of the straight lines he did not will, proud of the tractor he did not own or love, proud of the power he could not control. And when that crop grew, and was harvested, no man had crumbled a hot clod in his fingers and let the earth sift past his fingertips. No man had touched the seed, or lusted for the growth. Men ate what they had not raised, had no connection with the bread. The land bore under iron, and under iron gradually died; for it was not loved or hated, it had no prayers or curses. (John Steinbeck, 'The grapes of wrath', 1939)
N.B. Voor de Nederlandse vertaling zie verderop in deze tekst

Hoe keken vorige generaties aan tegen de nogal ingrijpende mechanisering van de landbouw?
Nu veel bossen verworden zijn tot intensief bebouwde 'boomakkers' - bomen zo dicht mogelijk bij elkaar geplant, opdat zij zo snel en zo recht mogelijk omhoog zullen groeien - kan het interessant en verhelderend zijn om weer eens 'fris' tegen de oogstmachine aan te kijken.
Ook al omdat de huidige oogstmachines nóg veel groter zijn dan de eerste tractors.
Als het gaat om het oogsten van aardappelen of graan zijn we er inmiddels wel aan gewend dat 'het doel de middelen heiligt', zoals dat heet.
De natuur - ecologie, plantaardig en dierlijk leven - op intensief bebouwde akkers stelt dan ook niet veel meer voor.
Dit is de prijs die we volgens velen - maar niet volgens iedereen! - 'nu eenmaal' moeten betalen voor de wereldvoedselvoorziening.
Maar is een drie meter brede (en nog hogere machine) eigenlijk wel geschikt om zomaar mee door een kwetsbaar bos - vol met dierlijk leven - te rijden?
Kunnen en moeten we accepteren dat ook onze bossen straks worden gereduceerd tot kwetsbare en zelfs kansloze 'zombie-natuur'?

Ik zou hier graag iets over willen zeggen, maar onthoud me deze keer van commentaar.
Ook omdat de groten der aarde het altijd veel mooier kunnen zeggen dan ik.
Daarom deze keer de Amerikaanse schrijver John Steinbeck - Nobelprijswinnaar literatuur 1962 - over de tractor.
Een machine die destijds vele gezinnen brodeloos maakte en hun houten huizen vaak zelfs letterlijk van het erf veegde.
Onderstaande passage - boven weergegeven in de oorspronkelijke Engelstalige versie - begint op pagina 51 van de Nederlandse vertaling door Alice Snijder (LJ Veen klassiek, Atlas contact) van 'De druiven der gramschap' (1939):
De tractors reden over de wegen en vervolgens de velden in, grote rupsbandtractors die zich voortbewogen als insecten, met de ongelooflijke kracht van insecten. Ze schoven over de grond.
Harvester, Warffumerbos. Foto Blogwachter, 29 juli 2018
Diesteltractors, sputterend als ze stilstonden; ze donderden als ze in beweging kwamen en reden tenslotte met een dreunend geraas door. Platneuzige monsters die het stof opjoegen en hun snuit erin staken, kriskras door het land heen, door hekken, over voorerven, in en uit geulen, altijd rechtdoor. Ze reden niet op de grond, maar op hun eigen wegbed. Ze sloegen geen acht op heuvels en ravijnen, stroompjes, hekken, huizen.
Harvester, Warffumerbos. Foto's Blogwachter, 29 juli 2018
De man die op de ijzeren bank zat, zag er niet uit als een man; met handschoenen, stofbril, rubber stofmasker over neus en mond leek hij een deel van het monster, een robot op de stuurbank. Het donderen van de cilinders klonk door het land, werd één met de lucht en de aarde, zodat aarde en lucht dreunden in gelijke trilling. De bestuurder had hem niet in bedwang, lijnrecht doorploegde de tractor het land, dwars door een tiental boerderijen en weer recht terug. Een rukje aan de stuurinrichting kon de tractor laten draaien, maar de handen van de bestuurder konden geen rukje geven omdat het monster dat de tractor gebouwd had, het monster dat de tractor daarheen gezonden had, zich op de een of andere manier in de handen van de bestuurder genesteld had, in zijn hersens en spieren, hem een stofbril had opgezet en hem een muilkorf had voorgedaan – zijn geest een stofbril had opgezet, zijn spraak een muilkorf had voorgedaan, zijn waarnemingsvermogen een stofbril had opgezet, zijn protest gemuilkorfd had. Hij kon niet zien hoe het land was, hij kon niet ruiken hoe het land rook; zijn voeten stampten niet op de kluiten en voelden niet de warmte en de kracht van de aarde. Hij zat op een ijzeren bank en trapte op ijzeren pedalen. Hij kon zijn machine niet opjagen of vervloeken of aanmoedigen om haar prestatie te vergroten, en daarom kon hij zichzelf niet opmonteren of aandrijven of bemoedigen. Het kon hem niet schelen wat er met het land gebeurde, want hij bezat het niet en verwachtte er niets van. Als een zaadje dat gevallen was niet ontkiemde, betekende dat niets. Als de jonge, groeiende plant wegkwijnde in droogte of verdronk in een vloed van regen trok de bestuurder zich daar net zomin iets van aan als de tractor.
Harvester, Warffumerbos. Foto Blogwachter, 29 juli 2018
Hij hield niet meer van het land dan de bank van het land hield. Hij kon de tractor bewonderen – zijn machinaal vervaardigde oppervlakken, zijn geweldige kracht, het razen van zijn detonerende cylinders; maar het was niet zijn tractor. Achter de tractor rolden de glanzende ploegmessen, ze doorsneden de aarde met lemmetten – het was geen ploegen meer maar chirurgie, ze duwden de doorsneden aarde naar rechts, waar de tweede rij messen de aarde doorsneed en terugduwde naar links; vlijmscherpe lemmetten, glinsterend, gepolijst door de doorsneden aarde. 
En achter de messen werden de eggen getrokken die met ijzeren tanden kamden, zodat de kleine kluitjes braken en de aarde zo zacht werd als een tapijt. Achter de eggen de lange zaaiers – twaalf gekromde gietijzeren roedes, tot volle vervoering gebracht door hefbomen die de aarde zonder enige hartstocht overweldigden. De bestuurder zat op zijn ijzeren bank en hij was trots op de rechte lijnen die hij buiten zijn wil om maakte, trots op zijn tractor die niet van hem was en waarvan hij niet hield, trots op de mechnische kracht, die hij niet in zijn macht had. En toen dat gewas groeide en geoogst werd, had geen mens een warme kluit aarde in zijn vingers verkruimeld en de aarde tussen zijn vingertoppen laten glijden. Geen mens had het zaad aangeraakt of zich verlustigd in zijn groei. De mensen aten wat ze niet verbouwd hadden, hadden geen band met het brood. Het land bracht voort onder ijzer en onder ijzer stierf het langzaam af; want het werd niet bemind en niet gehaat, het kreeg geen gebeden en geen vloeken. (vertaling Alice Snijder, 2013, Atlas Contact)


Afbeelding boven: Video harvester (oogstmachine) bij aanvang van de kap in het dorpsbos te Kruisweg (Kloosterburen). 
Blogwachter, 18 september 2018

donderdag 4 oktober 2018

Virtuele wandeling centrale boomakker Kruisweg

Een maand geleden schreef ik over een blijmoedig personeelsuitje onder leiding van een boswachter.
Een tiental (kantoor?)medewerkers van Staatsbosbeheer verzamelde zich bij de ingang van ons dorpsbos te Kruisweg (Kloosterburen).
Een aardig bos vol met leven dat, op enkele honderden vierkante meters na, nog geheel intact was.
In de weken erna brokkelde het bos geleidelijk af:


Stilleven met oogst, Harvester en gehalveerde laan.
Foto Blogwachter. Kruisweg, 2 oktober 2018

Helaas heb ik deze medewerkers tijdens de kap niet meer teruggezien.
Wat je noemt een gemiste kans.
Want een herhaal-bezoek had zo verhelderend en leerzaam kunnen zijn!


Kruisweg, 'Toekomstboom' gekapt.
Foto Blogwachter, 2 oktober 2018

Nu het grootste deel van ons bos plat ligt en een aanzienlijk deel van de oogst zelfs al tijdens de kapwerkzaamheden werd afgevoerd, lijkt het mij dan ook nuttig om deze excursie nog eens te herhalen.
Weten jullie het nog?
Dit was, bij benadering, het beeld toen jullie vanuit zuidelijke richting met vier auto's aan kwamen rijden:


Zicht op dorpsbos Kruisweg, uitzicht 15 juli 2018

Omdat kantoorpersoneel natuurlijk niet elk ogenblik tijd heeft voor excursies filmde ik speciaal voor deze (kantoor?)medewerkers een virtueel ommetje door ons - inmiddels helaas niet meer zo idyllische - bos.
Om precies te zijn door het centrale en (voorheen) vermoedelijk mooiste perceel:


Kruisweg, centraal-westelijk deel van het bos.
Hoewel de afgebeelde lijsterbes niet in de weg leek te staan, verdween hij spoorloos...
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Op deze manier kan een maximaal aantal medewerkers - en andere geïnteresseerden - met eigen ogen zien hoe ons bos er op dít moment bij ligt.
Een en ander zonder de voeten zelfs maar vuil te maken!
Want een virtuele wandeling is momenteel wél zo praktisch:





Qua ecologische voetafdruk - niet onbelangrijk voor een organisatie met een (zelfverklaard) groen hart! - is het natuurlijk sowieso beter om de auto's te laten staan.
Dus daar gaan we dan!
De pahahaden op, de lahahanen in... 
Vooruit, met flinke pas...
(door wat eens zo'n áárdig boske was...)

Een virtueel ommetje, dorpsbos Kruisweg

We schrijven een vroege herfstdag van het uitstekende houtjaar 2018.
Om precies te zijn de tweede oktober.
Er staat een vlagerig windje en een buitje draalt aan de horizon.
Eventjes zien we zelfs een regenboog, goed zichtbaar in de inmiddels in ere herstelde open ruimte waar het Groninger Hogeland bekend om is:


Wat ligt er aan het eind van de regenboog?
Foto Blogwachter. Kruisweg, 2 oktober 2018

Je zou er een bepaalde schoonheid in kunnen zien.
Ons dorp lijkt nu zelfs een beetje op een ommuurde vesting, wat eigenlijk best spannend is:




Een vesting compleet met gemotoriseerde poortwachters.
Al lijken de laatsten een paar daagjes vrij te hebben:


Kruisweg, bewaakt door een harvester ('forwarder') 
Foto Blogwachter, 2 oktober 2018

Vermoedelijk kan er met goed fatsoen geen boom meer bij...
Tenminste niet op die hoge stapel aan de rechterkant van het toegangspad.
Want links - zie boven - lijken de afdankertjes te liggen... 
Naar verhouding lijkt er nauwelijks aangetast hout te liggen, want Staatsbosbeheer was er op tijd bij!
Alles voor onze veiligheid, weten jullie nog wel? 
Op onderstaande afbeelding staat helaas geen vergelijkingsmateriaal om de hoogte van de stapel overtuigend in beeld te brengen.
Maar in vergelijking met het aan de overzijde van de Hogeweg gelegen huis kan de hoogte, bij benadering, eveneens worden geschat:


Kruisweg, oogst. Letterlijk huizenhoog opgestapeld.
Foto Blogwachter, 2 oktober 2018

Maar laten we nu eindelijk beginnen met de wandeling.
Deze keer onder begeleiding van een Blog- in plaats van een boswachter.
Je bent tenslotte nooit te oud om iets nieuws te leren.
Net als de vorige keer lopen jullie via het toegangspad aan de Hogeweg in westelijke richting over de laan, of wat er van over is.
Aan je linkerhand zie je onze gemotoriseerde poortwachter, aan je rechterhand de stapel oogst. 
Ter vergelijking enkele foto's van hoe het er hier nog maar korte tijd geleden - in dit geval 15 juli, de dag voor aanvang van de kap - uit zag.
Kijk maar, de harvester stond er al, hoewel enigszins verdekt opgesteld.
Het bord van Staatsbosbeheer werd helaas door de harvester 'ontworteld'.





Aan jullie linkerhand, waar zich vroeger een betrekkelijk smalle maar dicht begroeide bossage bevond, is dit nu het beeld:


Kruisweg, zuidkant centrale deel na de kap. 
Foto Blogwachter, 15 september 2018

De huisjes op de achtergrond staan nu helaas wel pal op de noordwestenwind... 
Maar gelukkig waait het hóógst zelden in deze hoek van het land.
Overigens zijn de boomstammen op de voorgrond inmiddels verwijderd.
Best jammer eigenlijk, want volgens ecologen zijn dergelijke stapels hout broedplaatsen van leven...
Misschien liggen ze ergens op deze stapel:


Kruisweg, oogst.  
Foto Blogwachter, 2 oktober 2018

Voordat we verder gaan, maken we toch nog éven een pas op de plaats.
De stapel oogst is op dit moment hoger dan ooit (4 meter) en breed, vijftig meter zelfs, volgens een door medewerkers van SBB aangebrachte tekst.
Maar zo lang jullie nergens óp klimmen kan het geen kwaad hoor:



Toen bovenstaand filmpje werd gemaakt, waren er gelukkig al drie dubbele opleggers met hout afgevoerd:


Kruisweg, aan- en afvoer oogst. 
Foto Blogwachter, 18 september 2018

Het is jammer dat niemand weet waarheen.
De rouwenden blijven nu als het ware met een grote leegte achter en kunnen met hun verdriet nergens meer heen... maar dit terzijde.
Onmacht en rouw, uit 'De Groene Amsterdammer'

Inmiddels - terwijl ik dit schrijf in Rotterdam - schijnt de stapel in het bovenstaande filmpje óók al weer met onbekende bestemming te zijn afgevoerd.
Eerst een lading aan het eind van de middag (3 oktober) en vandaag (4 oktober) ook weer één of enkele dubbele opleggers.
Dat is mooi, want nu kan die dure en nuttige uitrijder ('forwarder'), die noodgedwongen al die dagen onbemand op de uitkijk stond, weer verder.
Rust roest, zeg ik altijd maar:


Kruisweg, bewaakt door een harvester ('forwarder') 
Foto Blogwachter, 2 oktober 2018

Enkele meters na de ingang van het bos zien jullie een schelperpad naar rechts.
Hier begint onze eigenlijke excursie.



Rechts in beeld vangen jullie nog weer eventjes een glimpje op van de oogst.
Wat hoor ik, vinden jullie het nog een beetje rommelig?
Dat komt doordat aan weerszijden van het pad de restanten van al onze groene kruinen liggen opgestapeld:


Kruisweg, centrale deel dorpsbos.
Kruinen van ongeveer 40 jaar oude essen. 
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Maar bruin is óók niet lelijk...
Hélemaal eens.
We lopen verder, langs de buitenste lus, die veel hondenbezitters hier zo goed kennen.
Te zien zijn wederom de restanten van de oude essen, en verder enkele restanten van 'onschuldige' - of noem het kerngezonde - elzen.
En hoor ik daar, héél voorzichtig, alweer een vogeltje?



De natuur is veerkrachtig, zeg ik altijd maar.
Was dit zo'n beetje... hier?


Kruisweg, centrale deel dorpsbos, schelperpad. 
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Zeker weten doe je het niet, want 'alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar', zoals Tolstoj schreef, 'terwijl alle ongelukkige gezinnen hun eigen karakter hebben'. 
Misschien geldt dit ook wel voor bossen?
Anyway: het goede nieuws is dat je je nu véél beter kunt oriënteren.
Eerst was alles donker... en 's avonds soms zelfs een beetje éng.
Maar inmiddels licht en fris, en je kunt héél ver kijken:



Het vogeltje houdt moed, en vergezelt ons op onze wandeling.
We naderen een kruising.
Voor zover ik het me herinner was er maar één kruispunt midden in het bos, dus dat moet wel ongeveer hier geweest zijn:


Kruisweg, centrale deel dorpsbos, kruising
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Hoe dan ook: wat was ons dorpsbos eigenlijk KLEIN...
Dat zie je nu pas.
Maar vroeger kon je er uren dwalen, al slingerden de paden dan erg dicht langs elkaar.
Je waande je alleen op de wereld.
Nou ja, afgezien van het geritsel, het gefluit van de vogeltjes, enzovoort.
Weten jullie het nog?
Even een filmpje van hoe het was, om de herinnering op te frissen:



Nu zie je het onmiddellijk als er nog iemand is.
En sinds het bos gekapt is lijkt er altíjd wel iemand te zijn...
Gelukkig houdt dit éne vogeltje dapper vol:



Wat vinden jullie er tot nu toe van?
Misschien is de wandeling tot nu toe wel héél veel van hetzelfde... waarvoor excuus.
Het mysterie is er nu misschien wel een beetje vanaf:


Kruisweg, centrale deel dorpsbos, pad.
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Maar daar kan ík niets aan doen, laten we eerlijk wezen... Gelukkig komt een regenboog ons te hulp.
In deze richting is er bovendien een mooi uitzicht op onze gehalveerde 'laan'.
Het geruis van de inmiddels vol op de wind liggende overgebleven kruinen is lang niet gek:



Dit moet ongeveer hier geweest zijn:


Kruisweg, centrale deel dorpsbos, beschermde bomen.
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Als jullie nog tijd hebben, maken we toch wéér even een pas op de plaats.
Jullie moeten weten dat er op deze plek diverse bomen waren gemarkeerd.
Door de boswachters van Staatsbosbeheer.
Een heel groepje eigenlijk (de bomen, niet de boswachters...).
Mogelijk zaten er nesten of was deze boomgroep om een andere reden minder geschikt voor rücksichtloze sloop.
Want dat komt voor... niet kappen dus.
Ziedaar de betekenis van deze groen-met-witte linten met het logo van Staatsbosbeheer.
Wat zou er gebeurd zijn met al deze met lintjes behangen bomen?
Het enige wat ik er voorlopig van terug kan vinden is dit:



Klaarblijkelijk kwam het de machinist van de harvester niet uit om netjes om deze boomgroep heen te rijden.
Alle begrip: het zijn ook zulke grote machines...
Dan lopen we dus maar door om het gebied rond het centrale kruispunt te verkennen.
In een andere hoek staat gelukkig nog enige ondergroei overeind.
Wel waait het hier flink, met alle gevolgen van dien:




Hoe dan ook is op deze plek te zien dat de harvester ('processor') het wel kán: de 'oogst' ergens tussen uit halen en de onderbegroeiing laten staan.
Waar een wil is, is een weg, nietwaar?
Helaas blijken dergelijke groepsgewijs bewaard gebleven restanten van de in dit bos ooit zo weelderige onderbegroeiing erg zeldzaam.
Maar we houden de moed erin en kiezen nu het pad in westelijke richting.
Blijf vooral netjes op het pad, want ik wil geen modderschoenen in de auto:



Ja, een beetje kaal is het wel, eens.
Maar wat wil je?
Al deze bomen moeten toch érgens vandaan komen:


Kruisweg, oogst.
Foto Blogwachter, 2 oktober 2018

Je moet een doel voor ogen hebben in het leven, zeg ik altijd maar...
Zeg, wat hoor ik nou?
Willen jullie naar huis?!
Nu al?!
Het begint pas.
Kom, kom, éventjes doorbijten...
Te Kruisweg moeten wij het de komende jaren híer mee doen!
Dus jullie kunnen hier toch ook wel een uurtje tegen?
Denk anders maar aan hoe het vroeger was:


Kruisweg, centrale deel dorpsbos, schelperpad.
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Een stip aan de horizon is het halve werk, zeg ik altijd maar!



'Eens zal de Betuwe in bloei weer staan... Nog mooier en voller dan voorheen...', die kennen we allemaal toch?!
We moeten optimistisch blijven!
Kortom: we lopen door.
Even niet zeuren nu en gewoon om je heen kijken... dat doe ik toch ook?



Het is allemaal voor de goede zaak, tenslotte:


Kruisweg, oogst.
Foto Blogwachter, 2 oktober 2018

Niets voor niets in het leven, zou ik hieraan toe willen voegen.



Nu komen we bij een driesprong.
Dat kan hier geweest zijn: 


Kruisweg, centrale deel dorpsbos, T-splitising
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Ja, het is hier wel een beetje veranderd.
Dat was mij inderdaad ook al opgevallen:


Of was dít de driesprong op de foto?
Je weet het niet.
Het kan overal zijn...

Kruisweg, centrale deel dorpsbos, schelperpad.
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Inmiddels lopen we weer zo'n beetje naar ons vertrekpunt, in zuid-oostelijke richting:


En uiteindelijk, met de bocht mee, richting de laan.
Door die kenmerkende bocht kan ik dit gedeelte van de wandeling goed plaatsen.
Vroeger zag het er zó uit:

Kruisweg, centrale deel dorpsbos, 
pad richting de laan, in zuidwestelijke richting.
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Maar nu niet meer.
Aan het eind van de volgende video zien jullie hetzelfde stukje bos in beeld:


Gelukkig staan er in dit gedeelte hier en daar nog wél een paar bomen...
Een beetje als vroeger eigenlijk.

Kruisweg, centrale deel dorpsbos, schelperpad.
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Of nou ja...
We lopen nu het zelfde stukje weer terug en wandelen bij de T-splitsing naar rechts, in oostelijke richting.
Jaja, in de richting van de auto's...
Want enkelen van jullie lijken er nu openlijk genoeg van te hebben.
Dus misschien zijn al deze indrukken wel een beetje teveel van het goede, op één dag:


Alle begrip!
Zelf zie ik ook liever dit:

Kruisweg, centrale deel dorpsbos, kruinen.
Foto Blogwachter, 15 juli 2018

Maar je kunt niet alles hebben nietwaar?
Waar gehakt wordt - in dit geval resultaatgericht en efficiënt - vallen spaanders!

Kruisweg, oogst.
Foto Blogwachter, 2 oktober 2018

Kortom: we moeten kiezen in het leven.
Geen zorgen, we zijn nu bijna op het einde van de wandeling.
Zodra jullie weer op adem zijn gekomen en het gebodene hebben verwerkt, nodig ik jullie uit voor een tweede wandeling.
De volgende keer pakken we bijvoorbeeld de zuidranden van het bos, of de corridor.
Of het noordelijk perceel: wát jullie willen. 




Wat vonden jullie er eigenlijk van?
Hoe dan ook: ík zie iedereen graag weer terug!
Om de moed erin te houden nog eventjes een laatste blik op de oogst:

Kruisweg, oogst
Foto Blogwachter, 2 oktober 2018

Dat maakt wel veel goed, nietwaar?
Onder de mensen heb je tenslotte ook luxe-paarden en werkpaarden.
Precies zó is het eigenlijk met bomen...




Kortom: het dorpsbos te Kruisweg een probléémbos?!
Welnee...
De houtoogst te Kruisweg (Kloosterburen) is voorspoedig - efficiënt, resultaatgericht - verlopen... 
Dat hebben jullie nu met eigen ogen kunnen vaststellen.
Boomakker Kruisweg lijkt mij dan ook voortaan een toepasselijker term...
Wordt vervolgd...